Browsing Tag

Trein

Persoonlijk

Over een ongemakkelijke treinreis.

Een tijd terug kwam ik op het station van Nijmegen een oud-klasgenoot tegen van de middelbare school. Het was een van die momenten dat ik ontzettend twijfelde aan wat nou de meest ongemakkelijke beslissing zou zijn. Het zit namelijk zo, ik kom de oud-klasgenoot in kwestie wel vaker tegen op de campus of op het station. Altijd knikken we dan even een beetje onhandig naar elkaar en kom er stotterend een ‘hoi!’ uit. Ik weet nooit zo goed wat ik met zulke situaties aan moet. Het is het type klasgenoot waarbij je lang in de klas hebt gezeten maar je bent toch net niet vrienden zeg maar. Dus moet je dan wel een praatje maken als je elkaar tegenkomt? Je hebt immers wel zes jaar (in dit geval dan) bij elkaar in de klas gezeten. Maar aan de andere kant, zoveel praatten jullie toen ook niet. Ik vind dat soort dingen lastig.

Toen ik hem laatst weer tegen kwam op het station kwam ik er niet meer onderuit. Ik gooide wat weg en stond toen letterlijk naast hem. We stotterden allebei weer ‘hoi’ en wisselden toen ietwat ongemakkelijk blikken uit. Oké, moedigde mijzelf in gedachten aan, nú moet je gewoon wat zeggen. Kom op, je kunt het. Hij bijt niet. Je hebt vaker met hem gepraat. Vroeger tenminste. “Ook tot half zes college gehad?”, gooide ik eruit en ik wilde mijzelf in een ravijn kieperen. Tuurlijk had hij zolang college, waarom was hij anders nu nog op het station? Een onhandig knikje volgde en de klasgenoot antwoordde. Een beetje onhandig praatten we over de late colleges en waar de trein bleef. So far, so good. Toen de trein eenmaal arriveerde kwam de volgende ongemakkelijke beslissing: moet ik hem bij hem gaan zitten in de trein? Het zou raar zijn als ik zomaar doorliep zonder nog iets te zeggen. Maar een uur bij elkaar in de trein zitten is ook wel weer heftig. Wie zegt dat hij daar op zit te wachten? Een oplossing zou zijn als ik als eerste in de trein stap en ga zitten, dan ligt de keuze bij hem.

Helaas stapten we gelijktijdig in en liepen we gelijktijdig naar dezelfde plek. Ik schrok en vroeg of ik wel bij hem mocht zitten (wie vraagt er nou zoiets, sjongejonge. Toon eens wat lef, Madelon). Dat mocht. Zodra ik ging zitten had ik enorme spijt van mijn beslissing want mijn god, wat voelde ik mij ongemakkelijk. Waarom moest ik zo nodig bij hem zitten? We hadden 0,0 met elkaar behalve dat we samen de havo en het vwo hebben gedaan en ik hem een beetje kende. Waar moesten we het nu over hebben? Natuurlijk volgde het standaard ‘wat doe jij voor een opleiding? Oh echt, en hoe vind je het? Leuk? Oh ja ik vind mijn opleiding ook mega interessant’ gesprekje. Gevolgd door het ‘wat gek dat onze opleidingen en faculteiten zo verschillen’ gesprekje. Daarna haakte ik min of meer af, voordat we bij een nostalgisch ‘weet je nog dat en dat van de middelbare school’ gesprekje belandden.

Een uur lang zaten we tegenover elkaar. Hij maakte kruiswoordpuzzels, ik maakte mijn huiswerk. Soms zeiden we wat tegen elkaar, dat beperkten zich dan tot vragen over de studie of gemompel over de trein. Het was gewoonweg raar. Daar zaten we dan; we wilden allebei duidelijk met elkaar praten maar er was gewoonweg geen gespreksstof. Het was alsof we daar bij elkaar zaten uit een soort verlangen naar vroeger. We vonden het ergens allebei fijn om in die grote studentenstad en in ons leven, dat zo anders is dan toen, iemand te vinden van die fijne, oude tijd. Iemand die weet hoe het toen was en waar je vandaan komt. Een soort tastbare herinnering maar dan een hele ongemakkelijke.

En ergens vond ik dat ongemakkelijke ook wel fijn. Het toont weliswaar hoe snel je van dingen kan vervreemden maar ook hoe snel dingen veranderen, in de positieve zin van het woord. We komen allebei van dezelfde plek maar onze levens zijn ook nu zo anders. En oh ja, ik weet nu eindelijk ook wat ik moet doen als ik een oud-klasgenoot tegen kom waar ik niet zo snel iets mee heb: ik ga er niet meer zomaar bij zitten. Weer een les geleerd, haha!

Hebben jullie nog veel contact met oud-klasgenoten of studiegenoten?