Browsing Tag

psycholoog

Het is klein en het babbelt, Persoonlijk

Persoonlijk: raar en bang.

Notitie: Het volgende verhaal is zeer persoonlijk en ik heb lang getwijfeld over het (openbaar) publiceren hiervan. Hierdoor is het een best lang en misschien ietwat chaotisch verhaal geworden. 

“Nou, eigenlijk, ben ik gewoon hartstikke bang.” Die woorden kwamen uit mijn mond. Een beetje twijfelachtig en half stotterend, maar ze waren toch echt mijn woorden. Mijn woorden, uitgesproken tegen de huisarts die tegenover mij zat en me aandachtig bekeek. Ik, op mijn beurt, keek heel aandachtig naar mijn schoenen. Er zat een gat bij mijn grote teen.

Geloof me wanneer ik zeg dat er heel wat vooraf ging voordat ik tegen iemand, en dan vooral mijn huisarts, durfde toe te geven dat ik bang ben. Bang, dat is iets wat kleine kinderen zijn. Die zijn bang voor enge monsters onder hun bed of in hun kast. Ik, twintig jaar, hoor niet bang te zijn. Oké, misschien mag ik wel een beetje bang zijn. Maar niet voor alles en nog wat. Ooit schreef ik een post (hier) over hoe ik bang zijn goed vond. Tot op zekere hoogte dan. Wist ik veel dat het bij mijzelf door zou slaan naar de verkeerde kant.

 

Maar goed, daar zat ik dus een paar weken terug op de stoel tegenover de huisarts met een hoop rare lichamelijke klachten. Kramp, spieren die vast zaten, slecht slapen, benauwd en pijn op de borst. Ik kwam er eigenlijk alleen voor de kramp. Maar toen ik er eenmaal zat vroeg ik aan de huisarts of het niet allemaal met elkaar te maken had, of het geen stress was. En zo kwam het balletje aan het rollen. Met moeite, echt heel veel moeite, gaf ik toe waar ik mee zat. Dat ik zoveel piekerde. Niet een beetje piekeren. Niet af en toe piekeren. Maar áltijd. En altijd in de negatieve zin. Over alles wat er mis kan gaan of had kunnen gaan. Ook al weet ik dat het niet reëel was. Dat die jeuk aan mijn kleine teen heus geen zeldzame kanker is en dat die spellingfout in het tentamen écht geen 1 betekent: ik kan het niet uit zetten. Het blijft me bezig houden.

Gelukkig nam mijn huisarts mij serieus en stuurde me door naar de psycholoog van zijn praktijk. Wat een dullige situatie opleverde toen ik thuis kwam. “En wat zei hij over je kramp?”, vroeg mijn moeder. “Vrijdag zit ik bij de psycholoog”, riep ik terug. Oh. Huh?

Het eerste gesprek was makkelijk. We maakten lijstjes van mijn klachten, van mijn persoonlijkheid (chaotisch, streberig, perfectionistisch. Echt, ik snap niet hoe het mij gelukt is maar ik ben een chaotische perfectionist) en van mijn omgeving (“Is het leuk thuis?”. “Oh ja hoor.”) en na afloop beloofde de psychologe mij te helpen. Daarnaast zou ik naar psychosomatische fysiotherapie gaan (probeer het woord niet te vaak en te snel achter elkaar uit te spreken, dan loop je vast) om te leren ontspannen (ja ja). Maar de week erop, toen ik weer langs ging bij de psycholoog, nam ik een lijstje mee met terugkerende angsten. Nog geen kwartier later stond ik buiten. Doorgestuurd. Ze kende iemand die mij beter kon helpen. Ik was niet langer meer iemand die toevallig heel veel piekerde. Nee, er is een vermoeden van een gegeneraliseerde angststoornis, zoals ze dat zo leuk noemde. Ik ben niet zo hip dat ik voor één ding bang ben. Nee, ik heb terugkerende en soms haast niet reële angsten over ja.. alles. Daar stond ik dan. Buiten. Met een nieuw adres in mijn handen en de belofte dat ik gebeld zou worden. En het enige wat ik dacht was : Ja, stom.

Schrijven schijnt te helpen je gedachten te ordenen maar het lukt me nog niet goed. Ineens heb ik een labeltje en een ‘waarschijnlijke’ diagnose. Uit een test van de fysiotherapie scoorde ik 48 punten voor angsten, terwijl het bij 30 al hoog is. Therapie tegen angst kan goed helpen en alles kom ook wel weer goed, maar toch voel ik me raar. Het gaat snel en ik voel me ook een aansteller. Wat voor een reden heb ik nou om bang te zijn? Dat is ook meteen een vraag die mensen mij stellen. “Waarom ben je nou bang, nergens voor nodig!”. En daarna de vraag: “Waar ben je nou eigenlijk bang voor?”. En dat vind ik lastig. Lastig om toe te geven vooral, want ik voel me dan als een klein, aanstellerig kind. Ik wéét dat mijn angsten niet realistisch zijn (tenminste, dat hoop ik vooral) maar helpt dat? Nee. Ik krijg het niet weg. Daar heb ik echt hulp voor nodig.

Ik probeer steeds te bedenken wanneer ik de controle over die angsten kwijt ben geraakt maar echt een definitief moment is er niet. Het is niet dat ik op 15 april tweeduizendnogwat wakker werd om zeven uur ’s ochtends en dacht: “Weet je wat mij leuk lijkt? Bang zijn. Ga ik vanaf vandaag doen. Bang zijn voor alles. Ja, gezellig.” Ach ja, iedereen komt zichzelf een keer tegen in z’n leven zeggen mensen altijd. Nu heb ik het meteen gehad voor de rest van mijn leven haha.

*Een luchtgitaar voor zij die dit hele verhaal hebben gelezen!*