Browsing Category

Kliekjes

Kliekjes

Avonturenlijst: juni

Avonturenlijst Juni

1. Maak een lijst met zomerdoelen. Wat wil je deze zomer sowieso doen of bereiken?

2. Zorg dat je veel drinkt en investeer in lekker drinken. Veel theesmaken, vers fruit met water combineren of alcoholvrije cocktails. Zorg dat drinken een feestje wordt!

3. Zorg ervoor dat je tuin of balkon een fijne plek wordt om te zijn. Zet er bloemen neer of tuinkabouters. Zolang jij er maar graag bent.

4. Maak een lekkere smoothie.

5. Ga ’s avonds een paar keer een halfuurtje of uurtje lopen. Geniet van de ondergaande zon en van de zomer die eraan komt.

6. Ga naar een zwembad. Of het nou een groot zwembad in de buurt is of het kinderbadje in de achtertuin.

7. Laat een leuk berichtje achter voor iemand. Bijvoorbeeld thuis, in het openbaar vervoer of op je werk.

8. Probeer een nieuw recept uit.

9. Ga een keer touwtje springen. Het is gezond en voelt heel nostalgisch haha!

10. Zoek een nieuwe serie uit voor regenachtige zomerdagen. Een paar tips zijn Orphan Black, Modern Family en Suits.

11. Ga naar een kinderboerderij.

12. Denk na over welke boeken je in de zomer wilt lezen. Maak er een lijst van.

13. Ga een weekendje weg in eigen land. Gewoon om even bij te tanken!

14. Ga naar een festival. Het hoeft niet duur of groots te zijn. Kleine of lokale festivals zijn vaak goedkoper en net zo leuk.

15. Houd een grote schoonmaak op je computer. Verwijder bestanden die je niet meer nodig hebt en breng de boel weer op orde.

16. Denk na over wat je jezelf in januari beloofde. 2016 is al halverwege. Welke doelen wil je graag bereiken? Wat wil je graag leren? Wat wil je graag anders doen?

17. Probeer een dag niets te doen.

18. Koop eens nieuwe bloemen voor jezelf.

19. Probeer meer mensen een complimentje te geven. Het fleurt ieders dag op.

20. Probeer je eigen midzomerfeest te maken. Je hebt niet veel nodig: een kampvuur, lekkere hapjes, fijne muziek en gezellige mensen.

Wat ga jij deze juni doen?

Kliekjes

Sterrenstof (ster) – Recensie

Hoe heet het: Sterrenstof (ster) of, in het Engels, Stardust
Door wie: Neil Gaiman
Met welke uitgeverij: Luitingh in het Nederlands
Wanneer: 1998
Waarover: Ik vond op Goodreads een hele mooie omschrijving in het Engels dus bij deze. “Hopelessly crossed in love, a boy of half-fairy parentage leaves his mundane Victorian-English village on a quest for a fallen star in the magical realm. The star proves to be an attractive woman with a hot temper, who plunges with our hero into adventures featuring witches, the lion and the unicorn, plotting elf-lords, ships that sail the sky, magical transformations, curses whose effects rebound, binding conditions with hidden loopholes and all the rest.

Stardust is één van mijn favoriete films. Het verhaal wordt zo sprookjesachtig en mooi vertelt. De landschappen die worden getoond zijn prachtig. De filmmuziek is betoverend. En daarbij zit er ook nog een flinke dosis humor en actie in. Het mooie aan Stardust vind ik dat niets is zoals je verwacht. Een gevreesde kapitein blijkt zich graag om te kleden in vrouwenkleren en vaak speelt haat meer een rol in de relaties dan liefde. Juist daarom was ik enorm benieuwd naar het boek. Ik las overal dat het beter en mooier zou zijn dan de film. Gruwelijker ook: er zouden bloederige scènes in voorkomen. Toen ik een Nederlandse versie van het boek kon lenen besloot ik hem nu maar eens echt te lezen en zelf te bepalen wat ik er van vond.

Helaas kan ik er vrij kort over zijn: het viel mij tegen. Eén fout van mijn kant was de keus om in het Nederlands te lezen (normaal gesproken lees ik vooral in het Engels) want hierdoor veranderde het verhaal meteen in een kinderlijk sprookje met een paar explicietere seksscènes. Maar daarnaast miste ik een bepaalde magie en betovering in het verhaal, ik kwam er gewoonweg niet in. Er werd naar mijn idee veel vertelt over onnodige zaken en lang stilgestaan bij dingen die niet interessant waren. De gesprekken tussen Tristan en de ster waren helemaal niet zo vlot en leuk zoals in de film, eerder saai en voorspelbaar. Het duurde naar mijn idee lang voordat het verhaal goed en wel op gang kwam. Een hele tijd voelde het alsof Neil Gaiman een hoop leuke ideeën had maar niet goed wist welke richting hij op wilde. Een voorbeeld is het einde (goed voorbeeld, meteen beginnen bij het eind haha) in de film is dit vlot gedaan met actie en een mooi verhaal. In het boek voelde het alsof Gaiman twee hoofdstukken deed over het afronden van het verhaal omdat hij er ineens allemaal dingen bij vertelde.

Ik geef zelfs toe dat ik er soms een beetje doorheen heb gebladerd. Om een of andere reden greep het verhaal mij gewoon niet zo zoals de film en dat vond ik jammer. Het voelde een beetje alsof ik teleurgesteld werd door een trouwe vriend. Ik had zo’n zin om het boek te lezen, in de hoop dat de wereld van Stardust nog een keer zou betoveren, maar het haalde juist magie weg. Misschien door de taal, misschien omdat ik de film eerst heb gezien en films altijd vlotter zijn dan boeken.

Er waren ook wel positieve punten hoor. Zo werd de relatie tussen Tristan en ‘de andere wereld’ beter uitgelegd en onderbouwd. Je ziet hem wat dat betreft beter ontwikkelen. Maar ik denk dat dat het enige echt positieve was. Helaas. Misschien moet ik in de toekomst het boek nog een kans geven, dan wel in het Engels. Wie weet hoe ik er dan over denk.

Viel een boek jullie wel eens zo tegen, vergeleken met de verfilming?

Kliekjes

Uit den ouden doosch: Kleine helden in je slaapkamer

In den ouden doosch zijn berichten die ik zo eens in de zoveel tijd publiceer. Het zijn blogposts die van mijn oude, niet meer bereikbare, blog komen maar waarvan ik het jammer vind om ze te laten verdwijnen. De posts zijn vaak een beetje bewerkt, zo verwerk ik af en toe mijn huidige mening erin.

Gepubliceerd op 5 januari 2012.

Er is iets dat ik stom vind. Er zijn veel dingen die ik stom vind, maar één van die dingen is het feit dat meubels perse een alledaagse, ordinaire naam moeten hebben. Als je een willekeurige folder openslaat en doorbladert kom je er niet om heen. Een bed is geen gewoon bed, nee hij heet Job. Het dekbedovertrek heet Pieter, een boekenkast Billie en een nachtkastje Priscilla. Je kunt nooit alleen op je kamer zitten: Priscilla, Billie en Pieter zijn altijd bij je. Dat is vreemd. En ook ingewikkeld. Wat is er mis met een bed dat gewoon ‘bed’ het? Of, voor als je veel bedden verkoopt, bed 1 en bed B. Klein bed, bed met koelkast en wit bed. Dat zijn duidelijke namen. Dat is duidelijker dan:
“Ik heb bed Hendrik-Jan-Michiel-Josephus III.”
“Welk bed is dat?”
“Die met de koelkast. Dat weet je toch wel. Ik zei nog zo, Hendrik-Jan-Michiel-Josephus III.”

Nou noem ik (3 jaar later) soms de auto van mijn vader ook liefkozend Bakkus of mijn laptop Koetje II, maar dat is anders. Die namen zijn zelf gekozen. En ik vraag mij oprecht af wie er ooit op het idee is gekomen van vooraf en massaal (want er is nooit één bed dat Job heet) gekozen namen voor meubilair. Was het de meubelmaker die erg gehecht was aan zijn meubilair? Misschien voelde het als de zevenhonderd kinderen die hij nooit gehad heeft? Dat hij daarom maar besloot zijn stoelen, kasten en bedden namen te geven. Of de meubelmaker had juist heel veel kinderen. Zoveel dat hij niet goed meer wist wat de namen ook alweer waren. Daarom besloot hij zijn meubilair net zo te noemen, als een soort geheugensteuntje.

Een veel mooier idee vind ik dat al het meubilair vernoemd wordt naar mensen die niet vergeten mogen worden. Geen helden waar je altijd over leest, maar mensen die kleine, goede dingen hebben bereikt. Dat de meubelmaker deze kleine heldendaden opzocht en bewaarde. Iedere keer als hij een meubelstuk af had vernoemde hij het naar iemand die een kleins maar goeds had gedaan. Misschien was Job wel een jongen die zich inzette voor blinde weeskinderen. En is nachtkastje Priscilla vernoemd naar een arme moeder van vijf kinderen die toch iedere dag voor daklozen kookte. Of herdenkt de meubelmaker zijn eigen vader in de vorm van een dekbedovertrek.

Natuurlijk zou het logischer zijn dat bed Job zo heet omdat het leuk klinkt, makkelijk verkoopt en langer blijft hangen dan ‘bed met koelkast’. En natuurlijk worden bedden tegenwoordig gemaakt in massale fabrieken. Maar het idee dat ik omringd wordt door mensen die kleine heldendaden hebben gedaan, dat vind ik veel mooier.

Kliekjes

De 24 boekenuitdaging

Meer lezen is volgens mij een voornemen dat meer mensen herkennen. Het kopen van nieuwe boeken gaat nou eenmaal veel sneller dan het lezen van een boek. Tussen alle bezigheden door schiet het er nog al snel bij in. En dat terwijl ik lezen heerlijk vind. Ik vind het fijn om mij te wanen in een andere wereld, alles om mij heen te vergeten. Ik geloof oprecht dat boeken verrijkend werken. Van de meest standaard chicklit tot aan de ingewikkeldste roman: in ieder boek schuilt wel een les of ervaring voor de lezer. Bovendien hoop ik ooit zelf een boek te kunnen publiceren. Het advies van meerdere schrijvers is dat je pas een goed schrijver wordt als je veel goede (en slechte!) boeken hebt gelezen.

Daarom zadel ik mijzelf dit jaar weer op met een challenge. Namelijk het lezen van 24 boeken. Mijn eerste gedachte was 100 boeken maar tussen studie en andere belangrijke zaken door weet ik niet of ik daar aan toe kom. Vandaar dat ik eerst inzet op 2 per maand, zodat ik het aantal later altijd nog op kan schroeven.

Ik heb al een klein lijstje met boeken die ik sowieso wil lezen, zoals het boek waarin ik nu bezig ben: Daar is hij weer (Er ist wieder da) van Timur Vermes. Maar er is ook nog genoeg ruimte voor boeken die in 2016 (wat raar om dat te typen) zullen verschijnen. En natuurlijk hou ik jullie op de hoogte van de boeken die ik heb gelezen 🙂

Hoeveel boeken wil jij dit jaar lezen of lees je liever niet?

Ps. Je kunt zo af en toe spieken hoeveel (en welke) boeken ik heb gelezen op mijn goodreads account (klik hier)

Pps. Ik las net ook nog dat vandaag het jaar van het boek wordt geopend, dus hé mooi toeval of niet.

Kliekjes

Uit den ouden doosch: Het brillendilemma.

Gepubliceerd op 1 juli 2011

Vijftigplus. Mijn ouders zijn dat: trotse vijftigplussers. Oké, ze zijn nog maar 51 en 53 (inmiddels wel ietsjes ouder dus!) maar hé, vijftigplus is vijftigplus. En daarbij horen ook vijftigplusserskwaaltjes. Of seniorenmomenten, zoals mijn ouders dat keurig noemen. Als je een heel verhaal vertel over een of andere toets die je hebt gemaakt, wordt je bijvoorbeeld diezelfde avond nog gevraagd: “Had je eigenlijk nog toetsen vandaag?”. Dat is zo’n seniorenmoment. Of mijn vader die stellig beweerd dat hij de weg écht wel weet en ondertussen helemaal verkeerd rijdt. Maar een veel erger seniorenkwaaltje is het brillenkwaaltje. Ouderslief zien namelijk niet zo goed meer. Of, beter, ze lezen niet meer zo goed. “Die lettertjes worden steeds kleiner”, zeggen ze dan. En ik, de lieftallige dochter, legt dan vriendelijk uit dat niet de lettertjes steeds kleiner worden maar het zicht van mijn ouders. Dat dringt niet door. “Ze drukken die letters echt steeds kleiner af tegenwoordig, zeker inktbezuinigingen.”

Gelukkig is er een oplossing in deze wereld. Bij iedere drogisterij verkopen namelijk wel van die foeilelijke leesbrillen. Felgroen, gestipt, paars met tijgerprint. Hoe lelijker, hoe beter. Mijn ouders hebben al een aardige collectie aan felle neonverlichte brillen verslind. Hoewel mijn vader het nog aardig lang met één keurig brilletje doet heeft mijn moeder honderden brillen. Allemaal kapot. Iedere bril mist wel één pootje of één glas. Maar mijn moeder gooit ze niet weg. Die Hollandse zuinigheid, hé. “Met een halve bril kun je ook wel lezen.”

Met als gevolg dat ik óveral van die rare brillen tegenkom. Op de wc, op mijn slaapkamer, in kledingkasten, tussen de was of in de voorraadkast. Soms, bij hoge uitzondering, kom ik hem zelfs tegen in het brillendoosje. Allemaal van die flitsende brillen. Ken je het liedje Rock this party van Bob Sinclair? Zulke brillen zijn het. Waarvan je verwacht dat ze ieder moment tot leven kunnen komen en dan keihard gillen:”Everybody dance now!”. Maar er is nog een ding met die brillen. Want, ondanks al die opvallende kleuren en het feit dat ze overal liggen, mijn ouders kunnen die brillen nooit vinden. Ondertussen hebben ze een aparte bril nodig voor het zoeken van de bril.

“Zeg, heb jij mijn bril soms?”, vraagt vati dan aan mutti.
“Nee. Ik heb mijn eigen bril”, zegt mutti dan. Brillen, bedoelt ze.
“Geef me jouw bril dan maar”, zegt vati. Net op tijd want doordat mijn moeders bril één pootje mist, valt hij onmiddellijk van haar hoofd. Dat doet ie met enige regelmaat.
“Bah, wat is jouw bril vies”, moppert vati dan.
Zulke gesprekjes hoor ik vaak. Maar ik wacht nog steeds op een ander gesprekje.

“Waar is mijn bril?”, zal vati dan aan mutti vragen.
“Geen idee”, antwoord die.
Ze ploffen dan samen neer op de bank en er zal een luid gekraak klinken.
“Ah”, verzuchten ze dan in koor. “Daar was mijn bril.”

Ja, op dat gesprekje wacht ik. Dan kunnen mijn ouders daarna weer zo’n foeilelijke bril aanschaffen. Het liefst meteen met één pootje. Of zoals ze nu, anno 2015, regelmatige kopen: een bril met ingebouwde leeslamp. Ja heus, die bestaan. Misschien volgt daar ooit een ander blogje over.

Kliekjes

Open brief #4. Aan de pandaregelaar

Beste pandaregelaar,

Eigenlijk wilde ik deze brief aan de koning richten. Het geweldige, fantastische en supermegavette nieuws dat we panda’s in Nederland krijgen kon niet anders dan zijn werk zijn. Hij was namelijk in China toen en hé, het is de koning. Als de koning voor je staat en zegt: “Ik wil een panda”, dan geef je hem een panda. Maakt niet uit of je China heet of niet, dat effect heeft W.A gewoon. Maar toen bedacht ik me: onze koning is natuurlijk meer een hondenman. Tenminste, dat denk ik. Er is iets aan het hoofd van Willem-Alexander dat me doet denken dat hij een hondenman zou zijn. Ik zie hem ook zo lopen met zijn vijf golden retrievers. En misschien een verdwaalde poedel omdat die hond nou eenmaal decadenter overkomt dan een hondensoort die mensen altijd doet denken aan de Page-wcpapier reclame. Maar goed, dat terzijde.

Het leek mij dat onze koning iemand had ingehuurd om panda’s te fixen. Omdat Rutte en Maxima die nou eenmaal zo leuk vinden en er zó vaak om zeurden. Ja, een pandaregelaar. Dat zou de koning vast gefixt hebben. Met een vacature in de krant. Natuurlijk in geheime code want anders zou de rest van ons zo weten dat de koning een panda wilde regelen. Dus stel ik het me zo voor:

Knng. Zkt. Pnd. Rglr. Voor bzk aan China
Geen diploma nodig. Strikte geheimhouding.
Moet ook van honden houden.

En daar heeft u natuurlijk op gereageerd. Want u heeft al jaren ervaring met panda’s regelen. Voor België, de Verenigde Staten en uw eigen achtertuin. Ja, ik heb u door hoor. Stiekem heeft u al vijftig panda’s in uw eigen tuin (mag ik een keertje komen kijken trouwens?).

Natuurlijk schrijf ik deze brief om u te vertellen dat u inderdaad een goede pandaregelaar bent. Twee panda’s in Nederland in een dierentuin die niet té ver van mijn huis af is. Ergens vrij bovenaan mijn bucketlist staat dat ik een keer een panda in het echt wil zien. En dankzij u (en een beetje dankzij de koning) kan ik dat misschien wel van mijn lijstje afstrepen volgend jaar.

Dikke lik,

Madelon de Pandaliefhebber

Ps. Is er ook een eenhoornregelaar?