Browsing Category

Kliekjes

Kliekjes

Uit den ouden doosch: Het brillendilemma.

Gepubliceerd op 1 juli 2011

Vijftigplus. Mijn ouders zijn dat: trotse vijftigplussers. Oké, ze zijn nog maar 51 en 53 (inmiddels wel ietsjes ouder dus!) maar hé, vijftigplus is vijftigplus. En daarbij horen ook vijftigplusserskwaaltjes. Of seniorenmomenten, zoals mijn ouders dat keurig noemen. Als je een heel verhaal vertel over een of andere toets die je hebt gemaakt, wordt je bijvoorbeeld diezelfde avond nog gevraagd: “Had je eigenlijk nog toetsen vandaag?”. Dat is zo’n seniorenmoment. Of mijn vader die stellig beweerd dat hij de weg écht wel weet en ondertussen helemaal verkeerd rijdt. Maar een veel erger seniorenkwaaltje is het brillenkwaaltje. Ouderslief zien namelijk niet zo goed meer. Of, beter, ze lezen niet meer zo goed. “Die lettertjes worden steeds kleiner”, zeggen ze dan. En ik, de lieftallige dochter, legt dan vriendelijk uit dat niet de lettertjes steeds kleiner worden maar het zicht van mijn ouders. Dat dringt niet door. “Ze drukken die letters echt steeds kleiner af tegenwoordig, zeker inktbezuinigingen.”

Gelukkig is er een oplossing in deze wereld. Bij iedere drogisterij verkopen namelijk wel van die foeilelijke leesbrillen. Felgroen, gestipt, paars met tijgerprint. Hoe lelijker, hoe beter. Mijn ouders hebben al een aardige collectie aan felle neonverlichte brillen verslind. Hoewel mijn vader het nog aardig lang met één keurig brilletje doet heeft mijn moeder honderden brillen. Allemaal kapot. Iedere bril mist wel één pootje of één glas. Maar mijn moeder gooit ze niet weg. Die Hollandse zuinigheid, hé. “Met een halve bril kun je ook wel lezen.”

Met als gevolg dat ik óveral van die rare brillen tegenkom. Op de wc, op mijn slaapkamer, in kledingkasten, tussen de was of in de voorraadkast. Soms, bij hoge uitzondering, kom ik hem zelfs tegen in het brillendoosje. Allemaal van die flitsende brillen. Ken je het liedje Rock this party van Bob Sinclair? Zulke brillen zijn het. Waarvan je verwacht dat ze ieder moment tot leven kunnen komen en dan keihard gillen:”Everybody dance now!”. Maar er is nog een ding met die brillen. Want, ondanks al die opvallende kleuren en het feit dat ze overal liggen, mijn ouders kunnen die brillen nooit vinden. Ondertussen hebben ze een aparte bril nodig voor het zoeken van de bril.

“Zeg, heb jij mijn bril soms?”, vraagt vati dan aan mutti.
“Nee. Ik heb mijn eigen bril”, zegt mutti dan. Brillen, bedoelt ze.
“Geef me jouw bril dan maar”, zegt vati. Net op tijd want doordat mijn moeders bril één pootje mist, valt hij onmiddellijk van haar hoofd. Dat doet ie met enige regelmaat.
“Bah, wat is jouw bril vies”, moppert vati dan.
Zulke gesprekjes hoor ik vaak. Maar ik wacht nog steeds op een ander gesprekje.

“Waar is mijn bril?”, zal vati dan aan mutti vragen.
“Geen idee”, antwoord die.
Ze ploffen dan samen neer op de bank en er zal een luid gekraak klinken.
“Ah”, verzuchten ze dan in koor. “Daar was mijn bril.”

Ja, op dat gesprekje wacht ik. Dan kunnen mijn ouders daarna weer zo’n foeilelijke bril aanschaffen. Het liefst meteen met één pootje. Of zoals ze nu, anno 2015, regelmatige kopen: een bril met ingebouwde leeslamp. Ja heus, die bestaan. Misschien volgt daar ooit een ander blogje over.

Kliekjes

Open brief #4. Aan de pandaregelaar

Beste pandaregelaar,

Eigenlijk wilde ik deze brief aan de koning richten. Het geweldige, fantastische en supermegavette nieuws dat we panda’s in Nederland krijgen kon niet anders dan zijn werk zijn. Hij was namelijk in China toen en hé, het is de koning. Als de koning voor je staat en zegt: “Ik wil een panda”, dan geef je hem een panda. Maakt niet uit of je China heet of niet, dat effect heeft W.A gewoon. Maar toen bedacht ik me: onze koning is natuurlijk meer een hondenman. Tenminste, dat denk ik. Er is iets aan het hoofd van Willem-Alexander dat me doet denken dat hij een hondenman zou zijn. Ik zie hem ook zo lopen met zijn vijf golden retrievers. En misschien een verdwaalde poedel omdat die hond nou eenmaal decadenter overkomt dan een hondensoort die mensen altijd doet denken aan de Page-wcpapier reclame. Maar goed, dat terzijde.

Het leek mij dat onze koning iemand had ingehuurd om panda’s te fixen. Omdat Rutte en Maxima die nou eenmaal zo leuk vinden en er zó vaak om zeurden. Ja, een pandaregelaar. Dat zou de koning vast gefixt hebben. Met een vacature in de krant. Natuurlijk in geheime code want anders zou de rest van ons zo weten dat de koning een panda wilde regelen. Dus stel ik het me zo voor:

Knng. Zkt. Pnd. Rglr. Voor bzk aan China
Geen diploma nodig. Strikte geheimhouding.
Moet ook van honden houden.

En daar heeft u natuurlijk op gereageerd. Want u heeft al jaren ervaring met panda’s regelen. Voor België, de Verenigde Staten en uw eigen achtertuin. Ja, ik heb u door hoor. Stiekem heeft u al vijftig panda’s in uw eigen tuin (mag ik een keertje komen kijken trouwens?).

Natuurlijk schrijf ik deze brief om u te vertellen dat u inderdaad een goede pandaregelaar bent. Twee panda’s in Nederland in een dierentuin die niet té ver van mijn huis af is. Ergens vrij bovenaan mijn bucketlist staat dat ik een keer een panda in het echt wil zien. En dankzij u (en een beetje dankzij de koning) kan ik dat misschien wel van mijn lijstje afstrepen volgend jaar.

Dikke lik,

Madelon de Pandaliefhebber

Ps. Is er ook een eenhoornregelaar?

Kliekjes

Uit den ouden doosch : De boodschappentrolley

Gepubliceerd op 2 november 2013

Prachtige paint-skills he? Hij is trouwens te koop bij Blokker geloof ik.

Prachtige paint-skills he? Hij is trouwens te koop bij Blokker geloof ik.

Mijn familie vormt één front tegen het fenomeen boodschappentrolleys. Of meer, tegen mensen onder de zeventig met een boodschappentrolley. Het zit namelijk zo, toen wij een paar jaar geleden op vakantie waren in Spanje liepen alle meiden van een jaar of twintig heen en weer naar het strand met een boodschappentrolley. Het zelf tillen van je tas met spullen was blijkbaar te veel gevraagd en iedereen weet natuurlijk dat er niks sexier is dan een meisje van twintig met een boodschappentrolley. Nou ja, goed dan, misschien een meisje van twintig met een rollator of een scootmobiel. Blijkbaar bleef de trend van naar het strand met je trolley niet alleen beperkt tot het strand, nee, in Barcelona liep iedereen met zo’n boodschappentrolley door de stad en tegenwoordig loopt volgens mij iedereen in Amsterdam er ook zo bij. Een boodschappentrolley is hip. En de wereld is in de war. Straks luisteren de oma’s naar Justin Bieber en doen ze mee aan project X ‘vul willekeurige stad in’, en lopen wij met boodschappentrolleys, kunstgebitjes en rollators. Dat slaat nergens op, dus besloot mijn familie, zoals we heel vaak besluiten, niet mee te doen aan de trend.

Dat was totdat mijn moeder een paar weken ons verbond verbrak en thuis kwam met, jawel, een boodschappentrolley. Met een geweldig argument: hij was in de aanbieding. En nu is het zo dat mijn ouders een zwak hebben voor aanbiedingen. Niet een beetje, nee, het is gewoon eng. Dingen die we totaal niet nodig hebben worden alsnog aangeschaft want: het was in de aanbieding. Dat zinnetje horen we altijd als paps en mams terug komen van het boodschappen doen en er weer eens iets nutteloos is aangeschaft. Ik zweer het je, als er ooit een olifant in de aanbieding komt bij een supermarkt kopen mijn ouders hem, alleen omdat hij in de aanbieding is.

En door die aanbieding zaten wij dus ook met een boodschappentrolley opgescheept. Natuurlijk hebben we meteen de hele familie opgebeld, mams in quarantaine gezet, het huis ontsmet en de trolley opgesloten in een doos, in een doos, in een doos, en weer in een doos. Daarna mams op een stoel geduwd voor een zwaar verhoor. Wat ze wel niet dacht tijdens het aanschaffen van de duivel. Antwoord: het was in de aanbieding. Maar waar had ze het ding dan voor nodig? Wanneer wilde zij, onschuldige vijftigplusser, op stap gaan met een boodschappentrolley? Wat voor een praat zouden we dan wel niet krijgen in de buurt? Onze hele reputatie: VERPEST.

Na een lange stilte bekende mijn moeder dat ze eigenlijk ook niet zo goed wist wat ze aan moest met een trolley. Ze leek er in een keer wel heel erg oud door en ja, vaak op stap zou ze er toch niet mee gaan want dan zouden wij, kinderen, haar onterven. Dus ja, die trolley was eigenlijk alleen maar gekocht vanwege de aanbieding.

En nu zaten wij opgescheept met een ongewenste boodschappentrolley. We belden oma op maar ja, die had er al een (die fout zullen we, vanwege haar leeftijd, maar even door de vingers zien). Aan de buren of de rest van de buurt vragen konden we niet want we moesten de schijn van de keurige familie ophouden. Dus reden we maar langs alle boodschappentrolleys asielen in de buurt. Die zaten allemaal vol, blijkbaar was mijn moeder niet de enige vrouw die, verblind door de aanbieding, een ongewenste trolley had aangeschaft. Teleurgesteld hebben we de trolley maar op marktplaats gezet, nog geen drie uur later belde de buurvrouw aan: of we het al gehoord hadden dat iemand in deze buurt een trolley op marktplaats had gezet. “Diegene die dat gekocht heeft moet direct verhuizen of wij zetten hem uit huis”, zei ze. Dus hebben wij snel de trolley weer van marktplaats afgehaald.

Vandaag staat onze trolley nog steeds eenzaam in de schuur, weggestopt in allerlei dozen met een sticker er op: pas op, giftig. Er zit een laagje stof overheen. Mijn moeder is inmiddels vrij gelaten omdat het niet haar schuld was, ze was gewoon verleid door de duivelse trolley.

Deze zomer dumpen we onze boodschappentrolley onderweg naar Frankrijk. In een zak weggestopt laten we hem dan achter op een verlaten parkeerplaats langs de snelweg, dan ondergaat hij het lot van vele andere trolleys. Arm ding.

Update: inmiddels hebben we de boodschappentrolley nog steeds. We hebben hem zelfs gebruikt. Wat stiekem bleek dat ding toch best handig te zijn. Maar het blijft een haatliefdesrelatie. Heb jij ooit als een toegegeven aan de verleiding van een boodschappentrolley?

Kliekjes

Recensie | Mumford and Sons – Wilder Mind

Mei 2015 | Rock | Island Records | 13 nummers (Deluxe Edition)

Een tijd geleden schreef ik al een recensie over Believe, de eerste single van hun nieuwe album die Mumford and Sons de wereld in slingerde. Wat me toen al opviel was dat, ondanks de poging tot ‘experimenteren’, de sound nogal ‘mainstream’ en Coldplay-achtig was. Ik  besloot het album Wilder Mind af te wachten voordat ik een mening vormde. Inmiddels is dit album al ruim een maand uit maar alsnog: een recensie!

Eerste nummer? Tompkins Square Park. Dit is een populair park in East Village, New York waar blijkbaar veel kunstzinnige types wonen. Overigens wordt Tompkins Square Park maar één keer genoemd in het nummer namelijk in de eerste zin en zelf verstond ik daar wat anders..

Laatste nummer?  Tompkins Square Park (hé, wat origineel) maar dan de live versie. Die vond ik overigens iets meer pit hebben dan de gewone versie en dat is toch wel positief.

Banjo?  Die is weeeeeeeegggg 🙁 🙁

Favoriete nummer? Broad-Shouldered Beasts, Snake Eyes (beide doen me erg denken aan de vorige albums) en Only Love (wel sterk Coldplay einde weer)

Minst favoriete nummer? The Wolf (het begin vind ik leuk maar daarna.. wat een geschreeuw)

Mooiste stukje tekst? So we come to a place of no return. Yours is the face, that makes my body burn. And here is the name that our sons will learn: Curse the beauty, curse the queen. Curse the beauty, leave me (Monster)

 

Ik vond het album Wilder Mind een lastig gevalletje. Kwalitatief zijn de liedjes zeker niet slecht en de stem van Markus Mumford is nog steeds fijn om naar te luisteren. Maar ik mis de sound die Mumford and Sons juist uniek maakte. Ik gaf al eerder aan dat ik open sta voor bands die experimenteren met hun eigen stijl maar ik had gehoopt op een andere en iets uniekere uitkomst. Daarnaast vond ik de teksten niet bijzonder. Ik heb normaal gesproken bij veel liedjes en met name ook van Mumford and Sons dat ik denk: hé, dit klinkt mooi en zit goed in elkaar. Maar bij de vraag wat het mooiste stukje tekst is heb ik echt moeten googlen en vooral getwijfeld. De teksten zijn niet van een bijzonder hoog poëtisch niveau maar wel van een bijzonder hoog zelfmedelijden niveau. Als je de teksten doorleest krijg je sterk het idee dat Mumford and Sons gezamenlijk een break-up heeft doorgemaakt, net als Maroon5 regelmatig deed.

Bovendien mis ik stiekem gewoon de banjo ontzettend.

Maar hoe dan ook, Wilder Mind is nog steeds wel een leuk album. Sommige nummers zijn weer meer de ballads zoals je ze gewend bent van Mumford and Sons. Sommige ‘nieuwe stijl’ nummers zijn ook best fijn en vol energie. Dus zeker wel het luisteren waard!

Ik ben nog steeds heel benieuwd naar het concert van deze band. Heb jij al wat nieuwe nummers gehoord van ze?

Ps. Ik mis de banjo 🙁 

Kliekjes

Wat is kunst (voor jou) ?

Vandaag had ik het tentamen Geschiedenis der Kunsten 3, wat de kunst van 1840 – 1945 behandelt. En dat betekent dus dat je alle gekken tegenkomt die bijvoorbeeld een urinoir in een museum plaatsten (klik hier) en zeiden “Heuj dit is kunst, want  mijn handtekening staat er op” of zeiden “Heuj, laten we de maan weghalen want we moeten een nieuw tijdperk hebben en zo en de maan is oud. Of zo.”. Jawel, de gekke modernisten zoals Marcel Duchamp, de surrealisten, de futuristen en eigenlijk al die –ismes.

Tijdens het doorbladeren van de powerpoints over die –ismes kwam ik uit bij de ideeën van de modernisten en welke vragen zij zichzelf, en hun publiek, stelden. Met daarbij de grote basis vraag: Wat is kunst? Is kunst iets wat de kunstenaar creeërt, of is kunst iets wat het publiek maakt? Gaat het bij kunst om de betekenis die de kunstenaar er aan geeft of om de relatie tussen de toeschouwer en het kunstwerk? De subjectieve of de objectieve ervaring? En dit is een vraag die we al sinds bestaan van de kunst stellen en nog steeds geen antwoord op hebben. (40000000 jaar voor Christus: “Zeg Harry, ik heb een grottekening gemaakt. Mooie kunst hé?”. “Nou Toos, dat kan mijn dinosaurus ook. Dat noem ik geen kunst hoor.”) Ik geloof ook dat we nooit een concreet antwoord hierop zullen hebben want kunst is immers een subjectief, persoonlijk en altijd veranderend begrip. Maar toch waag ik me eraan vandaag en stel ik de grote vraag: Wat is kunst voor jou?

Ik liep al vast toen ik die vraag aan mijzelf stelde. Ik heb hoeveel lessen gehad over kunst en de theorieën rondom kunst maar toen ik mijzelf vroeg wat kunst is liep ik vast. Ik wil graag zo goed mogelijk uit leggen wat kunst is voor mij en wat het betekent maar loop vast in alle woorden en begrippen die je er voor kunt gebruiken. Zoals ik zei: kunst is persoonlijk, subjectief, groots en altijd veranderend. Veel kunst die wij tegenwoordig bewonderen en zien als ‘échte, hoogstaande’ kunst, zoals de schilderijen van Monet, werden in die tijd gezien als een misdaad tegen de kunst.

Kunst, voor mij, is denk ik verschillend van kunstenaar, stroming én moment. Ik vind de schilderijen van Wassily Kandinsky heel mooi maar ook van Monet en Gustave Courbet. En middeleeuwse kunst vind ik prachtig. Allemaal heel erg verschillend.

Soms vind ik fotografie ook kunst, zoals Anton Corbijn (ik ga ook sowieso naar zijn tentoonstelling in Den Haag!) en soms is de lijn tussen journalistieke fotografie en kunstzinnige fotografie ook zeer dun. Kunst heeft soms een boodschap die het tot kunst maakt, een bepaalde betekenis die het een meerwaarde geeft. Maar soms is kunst inderdaad de relatie tussen de toeschouwer en het werk; krijgt iets betekenis, vorm, een waarde, door jou. Theater, boeken en muziek is ook kunst vind ik. We denken te vaak aan schilderijen als we het woord ‘kunst’noemen maar kunst is iets grootsers dan dat. Kunst is wat je er zelf van maakt. De Romantische stroming uit de 19e eeuw zocht naar ‘het sublieme’, een soort spirituele en onbeschrijfelijke ervaring die heel persoonlijk is en zij zochten die ervaring in kunst. Ik denk dat ze daarmee voor mij kunst deels verwoord hebben. Kunst verschilt van persoon tot persoon  maar waar we het allemaal vast wel over eens zijn is, dat datgene dat wij ‘kunst’ noemen iets met ons doet. Kunst is een ervaring (klinkt dat nou niet alsof het in foldertje van een museum past?)

Ter afsluiting een reeks aan dingen die ik mooi en ‘kunst’ vind en natuurlijk de vraag, wat is kunst voor jullie?

Deze diashow vereist JavaScript.

Ps. Ik kon niet meer afbeeldingen toevoegen dus dit is maar héél beperkt!

Kliekjes

Believe – Mumford and Sons.

Afgelopen maandag was hij dan eindelijk te horen: het nieuwe nummer van Mumford & Sons. Ik ben best wel fan van deze band vooral omdat hun muziek heel uniek klinkt en de teksten vaak goed in elkaar zitten. Niet voor niets heb ik kaartjes voor hun concert in Nijmegen op 4 juli.

Maar nu las ik overal dat Mumford & Sons een nieuwe weg in zijn geslagen en gaan experimenteren met hun stijl. Ik was dus extra benieuwd naar het nieuwe nummer en eerlijk is eerlijk: ik heb nog nooit zoveel verschillende gedachten gehad tijdens één nummer. Voor deze keer een klein overzichtje. Luisteren/lezen jullie mee?

  • Yess, de nieuwe Mumford & Sons. Ik ben benieuwd!
  • Kalm mysterieus begin, beetje filmmuziek-achtig.
  • De tekst klinkt weer heel mooi, als een echt verhaal.
  • I don’t even know if I believe, I don’t even know if I believe.
  • Zeg waar blijft die banjo eigenlijk?
  • Hmm, spannend intermezzo.
  • Oh, er wordt weer gezongen. Wel lange intro hoor.. Of is het geen intro?
  • I don’t even know if I believe, I don’t even know if I believe.  (oh het vorige stukje was dus geen intro maar een tweede couplet)
  • Banjo?
  • Meer spanning en opbouw.
  • OMG GI
  • Z eleven zich wel uit op die gitaren zeg.
  • Beetje Coldplay stijl eigenlijk. Heeft wel wat.
  • Maar ehh, waar is die banjo?
  • Say something, say something, something like you love me
  • Klinkt wel wanhopig hoor Mumford & Sons. En opnieuw: Coldplay. Maar dan met andere zanger.
  • Banjo?
  • Ik vind het wel een beetje dramatisch en over-the-top vergeleken met hun oude nummers. Maar hé, nieuwe stijl.
  • Liiee-hiee-hieee-hieee, Dat moest het woord lie voor stellen?
  • Hu wacht wat, was dat het nummer al? Ik mis wat.
  • En ik mis de banjo.
  • SERIEUS WAAR WAS DE BANJO.

Ik vind het geen slecht nieuw nummer van Mumford & Sons, vooral het begin heeft iets mysterieus en bouwt de spanning leuk op. Het stuk met de gitaren klonk ook erg mooi maar behoorlijk Coldplay-achtig. Bovendien vond ik het hier en daar aardig wat dramatisch en over-the-top bijna.

Eigenlijk vind ik het wel leuk dat Mumford & Sons hun stijl willen blijven veranderen en willen experimenteren met andere instrumenten en genres. Het feit dat ze stopten met optreden en daarna terug komen met een heel andere stijl doet mij een beetje aan The Beatles denken (maar die traden helemaal niet meer op). Alleen vind ik het jammer dat Mumford & Sons instrumenten zoals de banjo (die hun uniek maakte) helemaal verbannen lijken te hebben. Qua stijl had het van mij ook wel origineler gemogen. Hoe is het experimenteren als de meeste van je luisteraars je nu ‘mainstream’ noemen?

Maar ach, ik wacht af tot het album in mei en misschien valt het dan wel reuze mee. Ik heb de rest nog niet gehoord en het optreden in juli wordt vast heel leuk, zeker met nog wat oude (BANJO) nummers erbij!

 

Wat vinden jullie van het nieuwe nummer?