Het is klein en het babbelt, Persoonlijk

Mijn haat-liefdesrelatie met foto’s.

Je kent het type foto’s wel: een aantal mensen staan op de foto, lachen vrolijk naar de camera en staan leuk op de foto. En dan is er altijd één persoon die niet naar de camera kijkt en ook niet lacht. Eén persoon op de foto kijkt weg, hoofd verstopt in haar handen. “Wat flaaauuw”, roep de rest tussen het foto’s maken door. “Kijk nou gewoon in de camera en lach een beetje.” Maar nee, die ene persoon weigert.

Ik ben zo’n niet-lachen-en-snel-weg-kijken-persoon. Ik beken: ik hou niet zo van op de foto staan. En eerlijk gezegd weet ik niet zo goed waarom. Baby-ik had geen moeite met foto’s , keek altijd blij de camera in. Waarschijnlijk omdat ik toen niet wist dat het moment ook daadwerkelijk voor áltijd werd vastgelegd. Baby-ik wist niet dat ze, toen ze lachte op de foto terwijl ze spaghetti over d’r hele gezicht heen had gesmeerd, negentien jaar later nog steeds met dat moment geconfronteerd zou worden. “Kijk, toen kon je ook al niet eten. Niks verandert jij.”

En als kind heb je ook geen problemen met alles wat op een camera lijkt. Dan spring je je voor iedere mogelijke camera want stél je voor dat er een foto van je wordt gemaakt en belangrijke mensen dat zien. Stél je voor: plotseling wordt je beroemd omdat je toevallig voor een camera sprong op het moment dat er een foto werd gemaakt. Je krijgt een modellencarrière, wordt super rijk en woont voortaan in een groot paleis met vijf eenhoorns (unicooorrn) en zevenendertig panda’s. Allemaal door die foto.

Maar goed, oudere ik (19, ja super oud) heeft meer moeite met op de foto staan. Het begon al brugpieper van dertien. Logisch want als ‘tiener’ hou je óf heel erg van selfies maken óf kun je je hoofd niet uitstaan. Ik kon mijn hoofd niet heel erg uitstaan en ben vervolgens nooit echt over die foto-hekel heen gekomen.

Misschien juist doordat een foto voor altijd vast wordt gelegd. Dan word ik niet voor even met mijn hoofd geconfronteerd (zoals voor de spiegel) maar voor altijd. Wat je doet op zo’n foto kan je je leven lang blijven achtervolgen. Voordat je het weet wordt je vijftig en hangen je gênante baby of kinderfoto’s overal in het dorp met daaronder ‘Nu is een ze Sarah’. Stel je voor.

Begrijp me niet verkeerd, ik ontwijk foto’s niet volledig. Het is niet dat ik nergens op een foto ben terug te vinden. Zo erg vind ik het ook weer niet. Ik vind op de foto staan met vrienden leuk. En als ik dan een gek gezicht trek kan ik iemand anders de schuld geven. En na heel lang overhalen wil ik soms best alleen op de foto, heel soms. Daarnaast heb ik twee jaar geleden besloten dat ik voortaan jaar foto albums zou gaan maken. Ik wilde foto’s leuker bewaren en door het maken van een jaaralbum zorg ik er voor dat ik wel op de foto móet. Anders krijg ik zo’n album nooit vol.

Dus ja, na negentien jaar kan ik zeggen dat ik aan mijn foto haat begin te werken. Steeds vaker zie je me met een lachend hoofd op de foto staan. Maar als ik soms selfies zie van mensen op Facebook of bloggers die leuke foto’s van zichzelf met iedereen delen, kriebels. Ik kan het niet. Niet zonder eerst vijftig keer een andere foto te kiezen, de blogpost dertig keer te verwijderen en vervolgens weer online te gooien met een zwart balkje voor mijn hoofd. Nee, foto’s en ik: we hebben nog steeds een moeizame haat-liefdesrelatie.

Wat vinden jullie van op de foto staan?

Previous Post Next Post

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: