Het is klein en het babbelt, Persoonlijk

Wat ik geleerd heb van een halfjaar student zijn

Zoals ik mij nu voel.  Bron.

Zoals ik mij nu voel.
Bron.

(Want na een halfjaar student zijn ben je ook een echte expert, kuchkuch)

Hoewel mijn eigen, weloverwogen beslissing was om na de havo nog twee jaartjes vwo er achter aan te doen was ik best blij toen ik ein-de-lijk examens mocht doen. Alles leuk en gezellig die twee jaar maar ondertussen waren al mijn oud-klasgenoten en vrienden veel verder. En stiekem wilde ik zelf ook wel graag gaan studeren inmiddels. Geef nou toe ‘Ik ben student’ klinkt natuurlijk tien keer stoerder, leuker, slimmer en belangrijker dan ‘Ik ben middelbare scholier’. Dus ik voelde me ontzettend stoer, leuk, slim en belangrijk toen ik september 2014 vertrok naar de universiteit in Nijmegen voor mijn eerste college. Nu was ik echt student. In mijn halfjaar heb ik ontzettend veel geleerd. Vooral over het student zijn…

Hier een aantal van mijn studentbevindingen op een rijtje:

  • Een studentenkaart is niet zo nuttig als je denkt. Een studentenkaart hebben, dat idee vond ik ontzettend hip. Kom op, het is een bewijs dat je student bent. Ik zag me al helemaal voor me dat iemand er naar zou vragen. Dan zou ik mijn jas opentrekken en daar heel stoer mijn studentenpas te voorschijn halen. Die zou ik onder de neus van de persoon in kwestie duwen en dan zou ik zeggen, à la James Bond: “Noem mij maar student. Eerstejaars student.” Conclusie voor nu? Ik gebruik het ding tot nu toe nauwelijks. Een paar keer heb ik er korting of gratis entree mee gekregen. Eén keer was voor een of andere vreemde tentoonstelling waar ik verplicht heen moest. Toen keek ik naar acteurs die op het podium plasten en poepten. Zo niet wat ik mij voorstelde bij een studentenkaart.
  • Bibliotheken kunnen enorm zijn.  De bibliotheek, ja daar had ik ook grootse verwachtingen bij. Een bibliotheek van een universiteit is nou eenmaal iets meer en grootser dan de bibliobus die door mijn dorp rijdt of de kleine bibliotheek een stad verderop. Uren zou ik er gaan zitten, het zou een tweede thuis worden. De eerste paar weken kwam ik er nauwelijks en wist ik de weg van mijn collegezaal naar de bibliotheek toe nauwelijks. Ik heb zelfs een paar keer de weg gevraagd terwijl ik blijkbaar al praktisch voor het gebouw stond. Na een maandje studeren moest ik echt in de bibliotheek zijn. Voor een boek. Voor onderzoek. Academisch doen. Ik raakte hopeloos verdwaald in die enorme bibliotheek. Uiteindelijk vond ik één boek dat ik nu al vijf keer verlengd heb. Gewoon voor het idee. Dat het lijden ook beloond wordt.
  • Je klinkt niet automatisch slimmer. Slim klinken op feestjes, ook zo’n voornemen. Ik had me eerder moeten realiseren dat mijn studie nou niet echt de gangmaker op een feest kan zijn. Algemene Cultuurwetenschappen klinkt veel mensen al sullig en duf in de oren. En hoewel ik veel interessante feitjes en verhalen ken over bijvoorbeeld kunstgeschiedenis of over onze Europese cultuur, of eerder het gebrek eraan, gevormd is door de eeuwen, zijn dat nou niet echt thema’s dat je denkt: “JA, kom maar op”. Geef nou toe, geen enkele goede grap begint met ‘Aristoteles schreef ooit de Poetica’.
  • Het ov is niet zo vervelend als je denkt maar.. Ik hoorde allerlei horror verhalen van studenten die op en neer reizen. Iedere dag vertraging, altijd te laat met tentamens en colleges en dagelijks wel iemand die voor de trein springt. Tot nu toe valt dat me nog mee *afkloppen* maar als ik vertraging heb, dan is het meteen ook goed. Bij een presentatie die ik had kon ik niet komen omdat er koper gestolen was. Het zou me 3,5 uur gaan kosten om bij een presentatie van een kwartier te kunnen komen. Maar over het algemeen zit het ov me niet in de weg. Alleen de mensen die je soms tegenkomt in de trein en de conducteurs die me soms ’s ochtends met een chagrijnig hoofd wakker maken voor een controle, ja die hadden ze wel achterwege mogen laten.
  • En oh ja, gewoon de superstoere intelligente en hippe student zijn die alles al weet en gewoon snapt hoe de campus werkt. Compleet in gefaald. De campus van Nijmegen is enorm. Ik voel me er ontzettend klein en volgens mij zie ik eruit als een verdwaalde baby met een rugtas van Dora waar toevallig wat studieboeken inzitten. En hoewel ik inmiddels er wel uitzie alsof ik weet wie ik ben, wat ik daar op die campus doe en waar ik heen moet piept er in mijn hoofd nog steeds dat stemmetje: “Oh mijn god wie ben ik, waar in godsnaam ben ik, wat doe ik hier en waar moet ik eigenlijk zijn. Is dit nog wel de campus, is dit überhaupt nog wel Nijmegen? Waarom kijken die mensen. Heb ik echt een Dora rugtas?”.

Conclusie nu, ongeveer een halfjaar later: student zijn is hetzelfde als brugpieper zijn. Je stuntel maar wat. Ik hobbel maar wat rond op de campus en zit vooral als een te blij kindje in de collegezaal. Een hippe, stoere, leuke, slimme en belangrijke student ben ik absoluut niet. Laat de James Bond scène met de studentenkaart maar zitten.

Hebben jullie wel ooit indruk kunnen maken met jullie studentenkaart of andere studenten-kwaliteiten?

Previous Post Next Post

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: